Scholing en vakkennis als bedrijfskosten

Terug naar school

Niet alle kosten van scholing, training en onderwijs zijn aftrekbaar als bedrijfskosten. 


Twee soorten criteria 

Voor het beoordelen van de aftrekbaarheid van de kosten van scholing moeten twee vragen worden gesteld: 

  1. is de scholing gericht op persoonlijke ontwikkeling of op kennis en vaardigheden die nodig zijn voor het beroep? 
  2. als de scholing beroepsmatig is, is dan de scholing bedoeld om je kennis en vaardigheden op peil te houden, of is er sprake van nieuwe kennis en vaardigheden? 


Beroepsmatig? 

Kosten voor persoonlijke ontwikkeling zijn niet aftrekbaar als beroepskosten. Maar soms ligt beroepsontwikkeling dicht tegen persoonlijke ontwikkeling aan. De belastingdienst is dan geneigd een scholing niet als beroepskosten te accepteren. Vaak ten onterechte. Een voorbeeld daarvan is de zangles die een zangpedagoog neemt. De belastingdienst neemt dan snel aan dat dit geen beroepskosten zijn. Immers, hij of zij kan toch al zingen? Wij weten dat zang- en stempedagogen allen zangles ontvangen, omdat dit noodzakelijk is om het beroep te kunnen blijven uitoefenen. Supervisie en intervisie, en ook leertherapie zijn vormen van ontwikkeling die in een therapeutisch gericht beroep erg belangrijk zijn voor de therapeut. Voor ons staat de aftrekbaarheid van de kosten van dergelijke scholing vast. Ook al ligt de beroepsmatige ontwikkeling dicht tegen persoonlijke ontwikkeling aan. Een cursus onderhandelen of presenteren is voor zelfstandige ondernemers wezenlijk voor succesvolle beroepsuitoefening, ook al wordt daardoor tegelijk ook de persoonlijke groei bevorderd. Wij vinden dan ook dat de kosten daarvan aftrekbaar zijn. 


Aantonen van beroepsmatigheid 

Soms is het een lastige discussie met de belastingdienst. Dat komt onder andere voort uit de omstandigheid dat veel belastingambtenaren niet veel notie hebben van wat een zelfstandige beroepsuitoefenaar doet. Het is daarom verstandig aandacht te besteden aan de mogelijkheid dat de belastingdienst vraagt om de beroepsmatigheid aan te tonen. De ' bewijslast' ligt bij de zelfstandige. Je kunt de beroepsmatigheid aantonen aan de hand van een programma, aantekeningen, correspondentie et cetera. Maar ook aan de hand van concrete voorbeelden van wat je met het geleerde bereikt in je beroepspraktijk. 


Nieuwe kennis? 

Wanneer de kosten beroepsmatig zijn, moet nog worden beoordeeld of ze ten laste van de winst gebracht mogen worden. Dat mag wanneer de kosten gemaakt worden om de bestaande kennis en vaardigheden op peil te houden. Kosten die gemaakt worden om nieuwe kennis en vaardigheden op te doen, ook al zijn ze gericht op het beroep, behoren niet tot de kosten van de onderneming. Die zijn mogelijk wel aftrekbaar als kosten van studie onder 'persoonsgebonden aftrek' in de aangifte inkomstenbelasting tot en met 2020. Maar dat is vaak een minder gunstige aftrekmogelijkheid. 


Op peil houden? 

Het op peil houden van bestaande kennis omvat ook het bijhouden van nieuwe ontwikkelingen en inzichten, het opfrissen van je vak, het moderniseren van je kennis, en ook het voorkomen dat je vakontwikkeling achteruit gaat. Een voorbeeld van opfrissen en moderniseren is het volgen van een multi-media-cursus voor een reclame-adviseur. Of een cursus in europese regelgeving voor een financieel adviseur. Maar wat is dan nieuwe kennis? Een voorbeeld daarvan is de opleiding tot psycho-analyticus voor een psychotherapeut. Of de opleiding tot architect voor een monumentaal ontwerper. Of de opleiding tot belastingadviseur voor een boekhouder. Het gaat er daarbij om of de nieuwe kennis en vaardigheden zullen bijdragen aan het verwerven van een andere financieel-economische of maatschappelijke positie. Met andere woorden, wanneer de nieuwe kennis en vaardigheden leiden tot nieuwe soorten opdrachtgevers; wezenlijk meer inkomen; een titel; een ander aanzien; het gaan behoren tot een andere beroepsgroep; dan zijn de kosten daarvan geen ondernemingskosten meer. Die kosten worden dan beschouwd als uitgaven ten behoeve van een toekomstige beroepsuitoefening, en mogen dan alleen onder 'persoonsgebonden aftrek' ten laste van het inkomen worden gebracht. 


Persoonsgebonden aftrek 

Wanneer de kosten geen ondernemingskosten zijn, vallen ze misschien nog wel onder de studiekostenregeling in de zogenaamde ' persoonsgebonden aftrek '. Dit is een systeem van bijzondere aftrekposten op het belastbaar inkomen. De regeling die betrekking heeft op de aftrek van studiekosten wordt zeer waarschijnlijk in 2021 omgezet in een nieuw systeem van subsidies. Tot die die geldt dat de kosten aftrekbaar zijn als persoonsgebonden aftrek. Dit is doorgaans een minder gunstige aftrekmethode dan het boeken van bedrijfskosten. Niet het gehele bedrag is aftrekbaar als buitengewone uitgave omdat er een drempelbedrag geldt van € 250. Bovendien verlagen de kosten dan niet de winst. Verlaging van de winst kan leiden tot verlaging van de inkomensafhankelijke bijdrage zorgverzekeringswet. Ook is van belang dat wanneer de studiekosten niet geaccepteerd worden als bedrijfskosten, de studietijd ook niet kan worden beschouwd als tijd die in de onderneming is besteed. Je kunt dan door deze studie onder de 1.225 ondernemingsuren per jaar terechtkomen. Dat kan er toe leiden dat de zelfstandigenaftrek en de andere ondernemersaftrekposten vervallen. In het ergste geval heeft dat dan weer een vervelend effect op de inkomstenbelasting, de inkomensafhankelijke bijdrage zorgverzekeringswet en de verschillende inkomenstoeslagen. 

================================================== -->