Werkruimte in de huurwoning

Hier bespreken we de aftrek van kosten van de werkruimte in de huurwoning. De hieronder besproken regeling is nog geldig tot en met het belastingjaar 2016. 

Vanaf belastingjaar 2017 is deze regeling niet meer van toepassing. 

Criteria voor aftrek van de beroepsmatige huisvestingslasten 

De voorwaarden voor de aftrek van huisvestingslasten zijn verbonden aan het ondernemerschap en aan het oppervlak van de werkruimte. 

Je moet ondernemer zijn voor de inkomstenbelasting. 

Wanneer je resultaat uit werkzaamheden geniet of loon uit dienstbetrekking en daarvoor werkruimte in gebruik hebt, geldt er in de praktijk geen fiscale aftrek van kosten van de werkruimte aan huis. 

De werkruimte beslaat méér dan 10% van de totale oppervlakte. 

De oppervlakte van je totale woning kun je berekenen door het opmeten van binnenmaten van de gehele woning. De zolder onder het schuine dak moet je meetellen voor zover de hoogte méér is dan 1 meter. Je maakt geen onderscheid tussen kamers en gangen en 'natte' ruimten; dat doet er niet toe. 

De oppervlakte van je werkruimte is die van een kamer waarin je werkt. Wanneer je in de woonkamer werkt gaat het bijvoorbeeld om de ruimte van een bureau en enige ruimte om je daaromheen te bewegen. Opslag- of archiefruimte in andere kamers of op zolder hoort daar ook bij. 

Wat er niet bij hoort is bijvoorbeeld de zithoek in de woonkamer waar je ook wel eens iemand ontvangt. Of een deel van de keuken omdat je er ook wel eens koffie zet voor zakelijk bezoek. Houd het reëel. 

Voor alle duidelijkheid: de werkruimte in de huurwoning hoeft niet een zogenaamd zelfstandige werkruimte te zijn, zoals dat bij de werkruimte in de eigen woning vereist is.

Het maakt nogal wat uit of je werkruimte méér dan 10% van het totale oppervlak beslaat of juist minder dan 10%. Beslaat de ruimte méér dan 10% van de totale oppervlakte, dan heb je recht op aftrek van kosten. Wanneer de werkruimte minder is dan 10% van het totale oppervlak heb je geen recht op aftrek. 

Een voorbeeld: de ruimte 

Bereken de oppervlakte van je werkruimte en die van de gehele woning. Bij het opmeten van de gehele woning neem je binnenmaten van de woning. 

Stel dat je een woning hebt van twee verdiepingen van elk 8 x 5 vierkante meter. Dan kom je op 80 vierkante meter. Je hebt ook een zolder. De zolder onder het schuine dak moet je meetellen voor zover de hoogte méér is dan 1 meter. Daar kom je op 3 x 8 ofwel 24 vierkante meter. Je totale woonoppervlak bedraagt nu 104 vierkante meter. 

Bereken nu de oppervlakte van de woning, voor zover die voor je beroep in gebruik is. Als je werkruimte een deel van de woonkamer is, bij voorbeeld 2 x 3 meter, en een kamer voor archief van 2 x 2 meter, en tenslotte een deel van de zolder van 1 x 3 meter, kom je in totaal op 13 vierkante meter. Dat is 12,5% van de totale oppervlakte. Dat is méér dan 10% dus je komt op grond van dit criterium in aanmerking voor aftrek. 

Het zelfde voorbeeld: de berekening van de kosten 

Stel dat de huur over het jaar € 7.200 bedraagt, en alle bijkomende lasten € 1.500. Je jaarlijkse huisvestingslasten zijn dan per saldo € 8.700. 

Omdat de oppervlakte van je werkruimte méér is dan 10% van het totaal geldt de volgende rekenmethode voor de aftrek van huisvestingslasten als kosten in de onderneming: 

De huisvestingslast van € 8.700 mag je geheel als beroepsmatige kosten van de werkruimte in aftrek brengen op je winst. Echter daartegenover moet je de waarde van het privégenot bij de winst optellen. De waarde van het privégenot is gelijk aan het huurwaardeforfait dat zou gelden in de inkomstenbelasting als de woning een dienstwoning zou zijn geweest. In de meeste gevallen is de waarde van het privégenot 1,8% van de woz-waarde. 

Stel dat de woning een woz-waarde heeft van € 200.000. Het zogenaamde huurwaardeforfait voor 'ter beschikking gestelde' woningen bedraagt 1,8% van deze € 200.000 ofwel € 3.600. Per saldo is de aftrekpost dus de totale huurlast € 8.700 minus de waarde van het privégenot van € 3.600 ofwel € 5.100. 

Een werkruimte met minder dan 10% oppervlakte van het totaal 

Wanneer de werkruimte minder dan 10% van het oppervlak van de gehele woning beslaat, geldt naar onze mening geen aftrek. We raden bovendien af om met verkrampte argumenten te proberen het percentage van de werkoppervlakte boven de 10% uit te tillen. De oppervlakte die je nodig hebt voor je onderneming moet wel duidelijk zijn en aannemelijk te maken zijn. Weliswaar hoeft geen sprake te zijn van een afgescheiden ruimte, maar je bankstel tot de werkruimte rekenen omdat er ook wel eens een klant van je op de bank zit, stelt je geloofwaardigheid ter discussie. Een welles-nietes-discussie met de belastingdienst verlies je in dit soort gevallen. 

De gegevens die je jaarlijks nodig hebt voor de berekening van de aftrek 

  • De totale oppervlakte van de gehele woning, waarbij je onder een schuin dak alleen de ruimte die hoger is dan 1 meter hoeft mee te tellen
  •  Een berekening van de oppervlakte van je werkruimte, inclusief de ruimte voor archief en opslag 
  • Een overzicht van je huisvestingslasten, dat wil zeggen de kosten van huur, energie, water, gemeentelijke heffingen, waterschap, inboedelverzekering 
  • De ontvangen huurtoeslag, omdat die de huurlasten verlaagt 
  • De woz-waarde van je woning die is vastgesteld op de peildatum 1 januari 

De fiscale theorie over de aftrek van kosten van werkruimte in de huurwoning 

Hiervóór hebben we uitgelegd hoe de aftrek van de kosten van werkruimte praktisch kan plaatsvinden. Voor de eenvoud hebben we de fiscale theorie even overgeslagen. Wanneer je wilt weten hoe we tot dit standpunt zijn gekomen, geven we je hier de onderliggende visie. 

Huurrecht 

Het huren van een woning waarin je ook werkt wordt in de fiscale regelgeving beschouwd als een recht, dat tot je ondernemingsvermogen of tot je privévermogen mag worden gerekend. Over het onderscheid tussen privévermogen en ondernemingsvermogen bestaat een leerstuk dat vermogensetikettering wordt genoemd. Hierin zijn regels geformuleerd die we hier verkort weergeven. 

De essentie is dat zaken en rechten die geheel of nagenoeg geheel ten behoeve van de onderneming worden gebruikt als verplicht ondernemingsvermogen worden beschouwd, terwijl zaken en rechten die geheel of nagenoeg geheel in de privésfeer worden gebruikt, als verplicht privévermogen worden beschouwd. Het begrip geheel of nagenoeg geheel wordt doorgaans uitgedrukt in een percentage van méér dan 90%. 

Wanneer een zaak of recht voor minder dan 90% in de onderneming of in de privésfeer wordt gebruikt is er sprake van keuzevermogen. De ondernemer mag dan de keuze maken om die zaak of dat recht tot het privévermogen of het ondernemingsvermogen te rekenen. Die keuze is in beginsel eenmalig, en wijziging van keuze is uitsluitend bij wezenlijk veranderende omstandigheden mogelijk. 

Deze geaccepteerde regels voor de vermogensetikettering gelden ook voor de berekening van aftrek van de lasten van werkruimte in de huurwoning. 

Huurrecht als ondernemingsvermogen 

Op grond van het voorgaande mag je, wanneer je méér dan 10% van je gehuurde woning in gebruik hebt als werkruimte voor je zelfstandig beroep, het huurrecht tot je ondernemingsvermogen rekenen. Daarbij hoort dan natuurlijk wèl dat je zelfstandig ondernemer bent, en als zodanig door de belastingdienst beoordeeld wordt. Immers, alléén wanneer je als zelfstandig ondernemer kunt worden beoordeeld, heb je een ondernemingsvermogen, en kun je iets tot je ondernemingsvermogen rekenen. 

Het gaat hier om ondernemerschap voor de inkomstenbelasting; niet het ondernemerschap voor de omzetbelasting. Voor de omzetbelasting word je al heel snel beschouwd als ondernemer, wanneer je zelfstandig en duurzaam deelneemt aan het economisch verkeer. Voor de inkomstenbelasting ben je ondernemer wanneer je voldoet aan criteria omtrent zelfstandigheid, marktgerichtheid, risico, èn aan de eis dat je redelijkerwijs een inkomen kunt verwachten uit je zelfstandige activiteiten. 

Wanneer je zelfstandig ondernemer bent, en je kunt het huurrecht tot je ondernemingsvermogen rekenen omdat de oppervlakte van je werkruimte méér is dan 10% van het totaal, kun je de huisvestingslasten van je gehele woning aftrekken. Daar staat echter tegenover dat je dáárvan weer moet aftrekken de waarde van het privégenot van de woning. Die waarde wordt gesteld op het zogenaamde huurwaardeforfait dat ook voor dienstwoningen gebruikt wordt, geregeld in artikel 3.19 van de wet inkomstenbelasting. Dat huurwaardeforfait bedraagt meestal 1,8% van de woz-waarde van de huurwoning.

Veranderen van ondernemingsvermogen naar privévermogen of andersom 

Als je eenmaal de keuze hebt gemaakt om het huurrecht tot het ondernemingsvermogen of het privévermogen te rekenen, mag je niet zomaar die keuze wijzigen. Wijziging is alléén toegestaan wanneer er een bijzondere aanleiding is die wijziging rechtvaardigt. Dat doet zich bijvoorbeeld voor wanneer je structureel méér ruimte in je eigen woning bent gaan gebruiken voor werkruimte omdat je nieuwe of andersoortige opdrachten gaat uitvoeren. Of wanneer je voorheen een werkruimte elders huurde, en nu overgaat naar een werkruimte in de woning. 


================================================== -->