Skip to main content

Margeregeling voor galeriehouders

Sommige galeriehouders passen de 'margeregeling' toe voor het afdragen van omzetbelasting over hun verkopen. De margeregeling is een systeem voor het berekenen van de omzetbelasting die de galeriehouder verschuldigd is wanneer deze als kunsthandelaar optreedt. De kunsthandelaar moet daarvoor toestemming hebben van de belastingdienst.

Vereisten voor het mogen toepassen van de margeregeling 

Voor het mogen toepassen van de margeregeling moet toestemming worden gevraagd aan de belastingdienst. Die toestemming wordt vrij vlot gegeven wanneer de galeriehouder verklaart dat hij of zij handelt in voorwerpen van beeldende kunst. De margeregeling kan niet worden toegepast wanneer de galeriehouder als bemiddelaar optreedt.
Een galeriehouder die uitsluitend als bemiddelaar optreedt krijgt de toestemming dus niet. Het is toegestaan om zowel als bemiddelaar alsook als kunsthandelaar op te treden. De margeregeling mag dan uitsluitend worden toegepast wanneer er een daadwerkelijke koop-verkoop-overeenkomst bestaat tussen kunstenaar en galeriehouder.

Niet echt van belang voor de kunstenaar

Voor de kunstenaar maakt het in fiscale zin niet zo veel uit of de galeriehouder nu de margeregeling toepast of niet. Wanneer de kunstenaar het werk verkoopt aan de kunsthandelaar moet de kunstenaar gewoon omzetbelasting afdragen over de opbrengst, net als wanneer hij of zij het werk via de galeriehouder verkoopt aan een derde. Maar in materiële zin is er iets méér aan de hand. Aan het toepassen van de margeregeling ligt een koop-verkoop-overeenkomst te grondslag. Dat betekent dat de kunstenaar zijn of haar werk verkocht moet hebben aan de galeriehouder. In dat geval is alle risico van schade, verlies, transport en betaling voor de galeriehouder. Ook het risico van wel of niet verkopen, en voor de prijsvaststelling ligt dan bij de galeriehouder. Immers de galeriehouder is dan eigenaar. De aansprakelijkheid voor de afdracht van btw, of voor het doen van aangiften en opgaven voor Intracommunautaire Prestaties (leveringen binnen de EU) ligt bij toepassing van de de margeregeling bij de galeriehouder en niet meer bij de kunstenaar.
Wij pleiten er daarom voor dat het fiscaal handelen van de galeriehouder overeenkomt met de werkelijke (en goed geregelde) rechtsverhouding tussen kunstenaar en galeriehouder.

Meestal ook geen fiscaal belang voor de kunsthandelaar

Voor de kunsthandelaar is het niet per se van belang om de margeregeling toe te passen. Als de kunsthandelaar dezelfde brutowinst wil hebben als een bemiddelend galeriehouder zal ook die een bedrag aan btw op die winst moeten zetten. De prijs voor de consument zal in beide gevallen dezelfde zijn. De verdeling van de opbrengst tussen handelaar en kunstenaar zal dezelfde zijn als wanneer er een bemiddelend galeriehouder zou hebben opgetreden.
Een nadeel is er wèl voor de kunsthandelaar wanneer hij of zij verkoopt aan ondernemers.
Wanneer de kunsthandelaar de margeregeling toepast mag namelijk op de factuur geen omzetbelasting worden vermeld. Dat betekent dat de koper, wanneer die ondernemer is, geen btw kan terugvorderen. Dat maakt de prijs die de ondernemende koper betaalt hoger dan de prijs die de ondernemer zou hebben betaald zonder toepassing van die margeregeling.
Dat is dus een commercieel nadeel, zowel voor de kunstenaar als voor de galeriehouder. 

Een paar factuurvoorbeelden 

Stel, de galeriehouder of kunsthandelaar koopt werk van een niet-btw-plichtige kunstenaar en verkoopt dat. De kunstenaar stuurt aan de handelaar een factuur zonder vermelding van btw
Modelfactuur 9 . van: kunstenaar aan: galeriehouder .

  • levering van kunstwerk.
  • bedrag exclusief btw 600
  • btw 0
  • bedrag zonder btw 600

De kunsthandelaar past niet de margeregeling toe en stuurt aan de koper een factuur voor de koop van het werk, verhoogd met 21% btw. 

De btw draagt de kunsthandelaar af aan de belastingdienst 

Modelfactuur 10 . van: galeriehouder aan: koper.

  • levering van kunstwerk . bedrag exclusief btw 1.000
  • btw 21% 210
  • bedrag inclusief btw 1.210

De kunsthandelaar mag echter ook de margeregeling toepassen.
Die houdt in dat de kunsthandelaar 21% btw afdraagt aan de belastingdienst over het verschil tussen de prijs inclusief btw die de kunstenaar aan de kunsthandelaar in rekening brengt, en de prijs die de galeriehouder van de koper vraagt.
De kunsthandelaar mag in dat geval geen btw vermelden op de factuur die hij of zij aan de koper stuurt. 

  • Modelfactuur 11 . van: galeriehouder aan: koper.
  • levering van kunstwerk . bedrag 1.210
  • btw (géén i.v.m. margeregeling) 0
  • eindbedrag 1.210

De verschillende belangen 

Je ziet hier dat de koper in beide gevallen, margeregeling of niet, € 1.210 betaalt.
Echter, wanneer de koper ondernemer is krijgt hij of zij € 210 btw terug, wanneer die op de aankoopfactuur vermeld staat.
De kostprijs voor de ondernemer wordt daardoor € 1.000.

Daarom heeft de ondernemende koper geen baat van het toepassen van de margeregeling door de kunsthandelaar.
De handelaar heeft daardoor een commercieel belang om de margeregeling niet toe te passen wanneer de koper een ondernemer is.
De handelaar kijkt echter ook naar een mogelijk fiscaal belang. Immers, zonder margeregeling heeft hij of zij een transactiewinst van € 1.000 minus € 600 ofwel € 400.
Maar wanneer de margeregeling wordt toegepast is de verschuldigde omzetbelasting 21/121 x (1.210 - 600) ofwel € 106.
De transactiewinst is nu € 610 minus € 106 ofwel € 504.

Een verstandige galeriehouder of handelaar vraagt de koper eerst of die ondernemer is, en zal daar de vraagprijs op afstemmen. Dit alles neemt niet weg dat de galeriehouder de margeregeling niet mag toepassen zonder toestemming, en wanneer er feitelijk sprake is van bemiddeling in plaats van kunsthandel. Gezien het belang van mogelijke verkoop van kunstwerken aan ondernemers ligt de keuze voor de margeregeling niet zo voor de hand.