Het Broodfonds en de fiscale gevolgen

Arbeidsongeschiktheid 

Een arbeidsongeschiktheidsuitkering voor een zelfstandige is erg duur. Zeker wanneer je jaarlijkse winst niet zo hoog is. Bovendien kom je niet of nauwelijks in aanmerking voor zo'n verzekering wanneer je leeftijd te hoog bevonden wordt of wanneer je een ziektegeschiedenis hebt. 

Nòg vervelender is het dat je met zo'n verzekering nog steeds niet zeker bent van een uitkering als zich iets voordoet. De arbeidsongeschiktheidsverzekeringen heeft zoveel uitsluitingsmogelijkheden, dat het verdacht veel lijkt op een kansspel. De uitkering moet veelal op een vervelende manier bevochten worden bij de verzekeraar. 


De meeste verzekeringsdeskundigen die over het broodfonds schrijven vinden dat dit geen volwaardig alternatief is voor een arbeidsongeschiktheidsverzekering. Wij zijn nu juist van mening dat voor veruit de meeste belangstellenden in een broodfonds, de verzekeraars geen serieus alternatief bieden. 


Alternatief: het Broodfonds 

Om tòch te voorzien in enige vorm van ondersteuning bij arbeidsongeschiktheid is er een goed particulier initiatief ontstaan: het Broodfonds. Het doel van een broodfonds is het bieden van een bescheiden arbeidsongeschiktheidsuitkering in een onderling verband van ongeveer 20-50 personen. 

Het broodfonds is géén verzekering, maar een vorm van onderlinge financiële ondersteuning binnen een beperkte groep. De financiële ondersteuning is kortdurend en bescheiden, maar goed georganiseerd. Een broodfonds wordt onder vakkundige begeleiding opgericht wanneer enkele initiatiefnemers daartoe de eerste stappen zetten. In onze regio zijn er al enkele broodfondsen actief of in oprichting; in het hele land waren er begin 2016 méér dan 180 in 90 plaatsen, en er waren er 20 in oprichting. Op 1 september 2020 waren er al 592 broodfondsen actief in 195 plaatsen. 

Het aantal deelnemers was per 1 september 2020: 26.700. In juni 2018 waren dit er nog 16.200.
Een heel belangrijk aspect van het broodfonds is het volkomen solidariteitsprincipe. Er is géén uitsluiting op grond van leeftijd of ziekteverleden. Ieder loopt hetzelfde risico, en ieder heeft een gelijke kans op ondersteuning. Een goed initiatief dat het waard is om te overwegen. 

Hoe werkt een broodfonds? 

Het broodfonds is eigenlijk een schenkkring. Dat houdt in dat iedere deelnemer van een broodfondsgroep een eigen kapitaal opbouwt waarop maandelijks een bedrag wordt gestort. Dat eigen kapitaal wordt een broodfondsrekening genoemd. 

Wanneer het inkomen van een deelnemer wegvalt door arbeidsongeschiktheid, ontvangt hij of zij van de andere deelnemers maandelijks een bedrag geschonken uit hun broodfondsrekening. Vanaf twee weken, of een maand (afhankelijk van wat de groep kiest) na het begin van de ziekte wordt er die schenking uitgekeerd. 

De uitkeringsperiode is maximaal 2 jaar aaneengesloten. Over de hoogte van de stortingen in het eigen kapitaal, en over de hoogte van de schenkingen daaruit aan een arbeidsongeschikte mededeelnemer wordt vooraf door de gehele kring besloten. Als er aan een deelnemer moet worden uitgekeerd wordt dat centraal geregeld; de broodfondsrekeningen van iedere deelnemer worden beheerd door een administrateur. Dat waarborgt gelijke behandeling en voorkomt willekeur. De deelnemers aan het broodfonds verplichten zich tot het doen van de schenkingen aan de arbeidsongeschikte mededeelnemer, en tot het maandelijks voldoen van de stortingen op de broodfondsrekening. 

De hoogte van de uitkering 

De deelnemers kiezen bij aanvang de hoogte van uitkering die je bij arbeidsongeschiktheid ontvangt. Daarmee hangt samen wat het maandelijkse bedrag van de storting in je eigen kapitaal op de broodfondsrekening zal zijn. Er kan gekozen worden uit 3 niveaus van storting en uitkering. Hoe hoger de schenking is die je wilt ontvangen bij ziekte, des te hoger wordt je maandelijkse bijdrage. Een voorbeeld: Stel je voor dat de broodfondsgroep bij aanvang vaststelt dat er 3 niveaus van uitkering zullen zijn: Een maandelijks bedrag van € 1.000 of € 1.500 of € 2.000 zal zijn. Er kan vervolgens worden besloten dat de maandelijkse bijdragen die daarbij horen € 45 of € 67,50 of € 90 zullen bedragen. Met andere woorden: wanneer je een uitkering van € 1.500 bij arbeidsongeschiktheid voldoende vind, dan zal je maandelijkse storting € 67,50 gaan bedragen.

Wat kost het? 

Naast de maandelijkse bijdrage die je op je eigen broodfondsrekening stort betaal je eenmalig € 275,- per deelnemer en maandelijks €10,- contributie per deelnemer. Het tegoed op je eigen Broodfondsrekening kent een maximum, een buffer. De hoogte van deze buffer is afhankelijk van de hoogte van je maandbijdrage. 

Hulp bij de oprichting van een broodfonds 

Wanneer je belangstelling hebt voor het oprichten van een broodfonds in je eigen omgeving of in je kring van collega-zelfstandigen, kun je het best contact opnemen met www.broodfonds.nl 

De fiscale aspecten van een broodfonds 

Voor de fiscale aspecten is het belangrijk in het oog te houden dat iedere deelnemer zelf een broodfondsrekening heeft, en dat daaraan maandelijks bedragen worden toegevoegd, èn dat daaruit maandelijks uitkeringen kunnen worden gedaan. Die uitkeringen gelden als schenking aan degene die een uitkering ontvangt. 

Inkomstenbelasting box 1 

Je eigen storting op je broodfondsrekening is een storting in je eigen vermogen. Weliswaar is dat vermogen bedoeld voor het collectief opvangen van de financiële gevolgen van je arbeidsongeschiktheid, maar het blijft je eigen vermogen. De stortingen in het broodfonds zijn dus voor de inkomstenbelasting niet aftrekbaar als premie voor een inkomensvoorziening, zoals dat wèl het geval is bij betaling van een premie bij een verzekeraar. Daar staat tegenover dat de uitkeringen die je krijgt uit het fonds, de schenkingen van de andere deelnemers, niet belast worden met inkomstenbelasting. Schenkingen vallen namelijk niet onder het 'belastbaar inkomen' in de wet op de inkomstenbelasting. Voor de schenker is de schenking om dezelfde reden niet aftrekbaar in de aangifte inkomstenbelasting. De fondsvorming en de uitkeringen die je schenkt of ontvangt hebben géén invloed op de winst uit onderneming. De stortingen op je broodfondsrekening zijn géén kostenpost, net zo min als de schenkingen die je uitkeert. De schenkingen die je ontvangt zijn géén bedrijfsopbrengsten. Het inschrijfgeld en de administratiekosten zijn géén kostenpost in je onderneming. Het zijn kosten die je maakt met oog op het kunnen ontvangen en doen van schenkingen in de privésfeer, en daarom zijn het ook privébestedingen. 

Inkomstenbelasting box 3 

Het saldo van je eigen broodfondsrekening wordt in beginsel beschouwd als bezitting in box 3 (vermogen) in de aangifte inkomstenbelasting. Over dat saldo moet dus inkomstenbelasting betaald worden wanneer het totaal van de bezittingen min de schulden méér bedraagt dan de vrijstelling die geldt voor het belasten van vermogen in box 3. 

Het saldo van de broodfondsrekening kan naar onze mening niet tot het ondernemingsvermogen worden gerekend, omdat de aard en bestemming ervan geheel buiten de onderneming ligt. 

Schenkbelasting 

De schenkingen zijn in beginsel belast met schenkbelasting. In de praktijk zullen de ontvangen schenkingen die je per lid ontvangt of hebt betaald onder deze vrijstelling vallen.

================================================== -->