Schenkbelasting

Schenkingen zijn belast met schenkbelasting. 

Schenking 

Een schenking is een overdracht van vermogen van de één naar de ander uit vrijgevigheid, dus zonder enige tegenprestatie. Een belangrijk toetsingscriterium is dat na een schenking de één armer is geworden en de ander rijker. 

In beginsel wordt alles wat wordt verkregen door schenking belast. De grondslag voor de heffing heet dan ook "de verkrijging". De verkrijger betaalt de belasting. 

De tarieven 

  1. Bij een verkrijging door partner en kinderen bedraagt over het eerste deel van € 0 tot € 138.641 de belasting 10%; alle verkrijgingen daarboven worden belast met 20%. 
  2. Voor afstammelingen in de tweede of verdere graad (kleinkinderen en achterkleinkinderen) is de belasting gelijk aan de belasting die is verschuldigd door de partner en de kinderen, vermeerderd met 80%. Dat komt dus neer op 18% voor de eerste € 138.641 en 36% over het meerdere. 
  3. Alle andere verkrijgers worden voor dat eerste deel van € 0 tot € 138.641 belast tegen 30%; alle verkrijgingen daarboven worden belast met 40%.

Vrijstellingen 

Voor schenkingen gelden echter vrijstellingen, waardoor niet iedere schenking tot belastingheffing leidt. Schenkingen beneden de vrijstelling leiden niet tot heffing. Schenkingen die de vrijstelling overschrijden zijn belast voor het meerdere.
De vrijstellingen bedragen in 2023: 

  1. Schenking door ouders aan kinderen: vrijstelling per kalenderjaar € 6.035 

  2. Schenking door ouders aan kinderen: vrijstelling eenmalig aan kinderen met de leeftijd van 18 tot en met 39 jaar € 28.947, verhoogd met € 31.351 tot € 60.298 wanneer er aantoonbaar hogere studiekosten worden gemaakt dan gebruikelijk.

    Vanaf 1 januari 2023 zijn schenkingen ten behoeve van de aankoop van een huis, of voor aflossing van een hypotheek, vrijgesteld tot een bedrag van € 28.947, verminderd met eerder gedane schenkingen.
    Deze vrijstelling geldt ongeacht van wie de schenking afkomstig is, en ongeacht de leeftijd van de begiftigde. Voor deze bijzondere schenking moet schenkingsaangifte worden gedaan, óók wanneer geen schenkbelasting verschuldigd is. 

  3. Schenking aan de partner: vrijstelling per kalenderjaar € 2.418

  4. Schenking aan anderen: vrijstelling per kalenderjaar € 2.418

Fiscaal partnerschap voor de erfbelasting 

Als je samenwoont met een partner heeft de aard van je partnerschap specifieke gevolgen voor de behandeling voor inkomstenbelasting, erf- en schenkbelasting. Over de criteria voor het bestaan van fiscaal partnerschap kun je méér lezen in het artikel: Fiscaal partnerschap. 

Wanneer je een schenking ontvangt van mensen die fiscaal partner zijn, bijvoorbeeld van je ouders of van een oom en tante, geldt slechts één keer de vrijstelling van € 2.418. Over het meerdere betaal je in dat geval schenkbelasting. 

De voorwaarden voor samenwoning bij fiscaal partnerschap hebben alleen fiscale betekenis en staan dus formeel los van het schenkingsrecht. 

Schenkbelasting bij kwijtschelding van een lening 

Het komt vaak voor dat ouders aan hun kinderen een lening verstrekken, met de eigenlijke bedoeling om op enig moment de lening kwijt te schelden. Vaak wordt er dan voor gekozen om de jaarlijkse rente en aflossing kwijt te schelden, zodat de lening steeds minder wordt. Het hoeven niet alleen ouders en kinderen te zijn; ook tussen vrienden kan zich dit voordoen. 

Dat kan met het oog op de schenkbelasting voordelig gebeuren mits je de grenzen van de vrijstellingen goed in de gaten houdt. Een voorbeeld om dit te verduidelijken: 

Stel dat iemand aan zijn of haar vriend een bedrag van € 10.000 leent om dit bedrag eventueel later kwijt te schelden. Stel dat de rente op deze lening 5% bedraagt. 

Over het eerste jaar is de verschuldigde rente 5% van € 10.000, ofwel € 500. Wanneer deze rente wordt kwijtgescholden geldt daarbij een vrijstelling voor de schenkbelasting van ongeveer € 2.100. Er is dus ruimte om naast de rente ook nog eens € 1.600 aan aflossing kwijt te schelden. Wanneer de schuldeiser daartoe beslist is er na afloop van het jaar € 1.600 afgelost waardoor de schuld tot € 8.400 daalt. 

Over het tweede jaar bedraagt de rente 5% van € 8.500, ofwel € 425. Als deze rente wordt kwijtgescholden is er, rekening houdend met de vrijstelling van ongeveer € 2.100 per jaar, nog eens € 1.675 beschikbaar voor aflossing. Wanneer de schuldeiser daartoe overgaat, bedraagt de schuld na afloop van het jaar nog € 6.825. 

Naar believen kan de schuldeiser dit nog enkele malen herhalen, of daarmee stoppen al naar gelang de omstandigheden bij schuldeiser of schuldenaar. 

Wanneer een dergelijke overeenkomst geldt tussen ouders en kinderen zijn de vrijstellingsbedragen jaarlijks méér dan ongeveer € 5.300. 

In deze voorbeelden is gewerkt met afgeronde bedragen voor de vrijstellingen. Die bedragen veranderen ieder jaar wat. 
De huidige exacte bedragen vind je bovenaan in dit artikel. 

Copyright © Beeldrijk. Website: WebLab42. All Rights Reserved